Europese detachering – het kind niet met het badwater weggooien

Via detachering kunnen werknemers voor beperkte periodes hun diensten elders verlenen. Drie academici van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck aan de Universiteit Antwerpen zijn echter niet onverdeeld gelukkig met de gevolgen van de in 2018 herziene detacheringsrichtlijn (96/71/EG). Dries Lens licht toe.

Kritische academici

Ive MarxNinke Mussche en Dries Lens  bestuderen al enige tijd de juridische, sociale en institutionele aspecten van het Europees principe van vrij verkeer van diensten dat detachering mogelijk maakt. Via deze internationale vorm van terbeschikkingstelling, uitzendarbeid of loondienst, kunnen werknemers voor beperkte periodes hun diensten elders verlenen. De drie academici van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck aan de Universiteit Antwerpen zijn echter niet onverdeeld gelukkig met de gevolgen van de in 2018 herziene detacheringsrichtlijn (96/71/EG). Ze publiceerden hun kritische bevindingen onder meer bij  Social Europe.

Herziening richtlijn

Detachering had over de jaren heen een hoge vlucht genomen maar kreunde ook onder een slechte reputatie. Door de soms ondermaatse arbeidsvoorwaarden en te lage lonen had deze kwestie het westen en oosten van Europa tegen elkaar opgezet. Met verwijten als “oneerlijke concurrentie” en “sociale dumping” tot gevolg.  Met veel bombarie introduceerde Europa daarom in 2018 enkele sociale correcties. Denk onder meer aan tijdslimieten en het beginsel van “hetzelfde loon voor hetzelfde werk op dezelfde plaats”.

Dries Lens: “ nu Europa gehinderd wordt door een trage economische groei, een verzwakkend mondiaal concurrentievermogen en ernstige tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden dreigen de botte beperkingen ten aanzien van detachering de zaken alleen maar te verergeren, ook in België!”

Detachering is een blijver

Institutionele evoluties op Europees niveau hebben nieuwe vormen van arbeidsmobiliteit voortgebracht. De toenemende stromen gedetacheerde werknemers – die mobiel zijn op basis van het vrij verkeer van diensten – vormen nu een belangrijk onderdeel van de arbeidsstromen in Europa.  Terwijl hier in 2008 ongeveer 117.000 gedetacheerde werknemers geregistreerd waren bedroeg dit aantal in 2019 al 239.000: een verdubbeling in tien jaar.


In 2019 werden 239.000 werknemers gedetacheerd in Europa.


Het fenomeen is dus zeker relevant in absolute termen. Toch moeten we ook bedenken dat het gaat om arbeidsmobiliteit van korte duur: gedetacheerden zijn geen migranten; ze blijven in hun thuisland wonen. Een gedetacheerde werknemer pendelt gemiddeld 3,7 keer per jaar naar België om hier diensten te leveren.


Detachering is geen migratie.


Tijdelijke detachering is uitermate handig om productiepieken op te vangen.

Gedetacheerde werknemers zijn goedkoper voor werkgevers hier omdat de (lagere) sociale zekerheid in hun thuisland betaald wordt. Bij zendingslanden zoals Portugal, Slovenië of Polen betekent dat een aanzienlijk kostenverschil.

Detachering komt in verschillende soorten

Voor werkgevers vormt detachering van werknemers dus een welgekomen techniek om hun concurrentievermogen te waarborgen. Deze tijdelijke werkkrachten, die  aan dezelfde voorwaarden werken, zijn bereid om flexibelere arbeidsvoorwaarden te accepteren en ook de jobs te doen die onze lokale werkkrachten liever niet meer verrichten. De  arbeidsmarkt in hun thuisland is immers hun eerste referentiekader. Dat geldt zeker voor sectoren als de bouw, het vervoer, de vleesindustrie, de levensmiddelenindustrie en de schoonmaaksector.

Verder hebben de gedetacheerde werknemers een goede reputatie. Vaak reizen ze alleen naar hun werk en zijn ze bereid hard en lang te werken, ook ‘s avonds en in het weekend. Zij willen op korte termijn zo veel mogelijk geld verdienen om dat daarna in hun thuisland te besteden.

In sectoren met een hoge toegevoegde waarde, zoals de financiële, de chemische of de technologische, leveren gedetacheerde werknemers dan weer niche-expertise en vaardigheden die hier te weinig aanwezig zijn. Dergelijke “specialisatie-detachering” van hooggeschoolde werknemers wordt door multinationals ook gebruikt om ‘high potentials’ voor een internationale carrière op te leiden of om onderzoekers te rekruteren. Deze gedetacheerden vervullen vaak cruciale rollen in complexe, transnationale toeleveringsketens, die kwetsbaar zijn voor zelfs de kleinste technische onderbrekingen.

Het is verder een misvatting dat detachering voornamelijk plaatsvindt vanuit de armere naar de rijkere EU-landen. Een aanzienlijk deel van de gedetacheerde werknemers naar België komen uit Nederland, Duitsland en Frankrijk.

Het probleem met de EU detacheringsrichtlijn

De herziene richtlijn maakt voor Dries Lens  onvoldoende onderscheid tussen de uiteenlopende noden waarin de verschillende soorten detachering voorzien.  Zo doet de beperking van de detacheringsduur in de herziene richtlijn oneer aan de deskundigen die meestal langer dan de toegelaten twaalf maanden beschikbaar moeten zijn.


De EU moet de regels differentiëren naar gelang de verschillende soorten detachering


 

Lees ook

Philip Verhaeghe is een onafhankelijk adviseur en een freelance redacteur voor vakbladen, bedrijven en organisaties. Focusseert op ‘ondernemen’ in al zijn vormen: van de legaltech start-up tot en met maatschappelijk verantwoord investeren. Onderzoekt zowel de nieuwste trends als de klassieke uitdagingen die elke dag opnieuw het verschil kunnen maken in de bestuurskamer of het directiecomité.

Is als expert ‘deugdelijk bestuur’ verbonden aan Etion en Toolbox. Werkte als algemeen secretaris voor VKW, het Instituut voor Bestuurders, Corgo en RNCI.

Always in for a game of chess or a tweet.

Bekijk alle berichten van Philip Verhaeghe