"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

“Ons loopbaanbeleid staat nog niet helemaal op punt”. Terugblik op de debatavond bij deBuren

Voor de derde ZiPconomy en NextConomy debatavond bij deBuren stond een ‘kanjer’ van een debatthema op de agenda: ‘De nood aan meer mobiliteit op onze arbeidsmarkt’.

“Wat is nodig om de veranderingen in de arbeidsmarkt aan te pakken en niemand achter te laten? Hoe maken we mensen weerbaar en wendbaar zodat ze zelf ook actief inspelen op de vele veranderingen? Hoe kunnen werkgevers het wisselen van job aantrekkelijker maken voor werkenden? Welke rol kan de overheid spelen? Kunnen Vlaanderen en Nederland hier iets van elkaar leren?”

De hele vragenbatterij afhandelen in het voorziene tijdsbestek was onbegonnen werk voor het internationaal panel van deskundigen. Maar zoals Marleen Deleu het treffend verwoordde in haar inleiding: “We leggen dit belangrijk debatthema op tafel en hopen dat verschillende instanties er nu mee aan de slag gaan.”

Het panel  bestond uit (vlnr)  Prof. Dr. Ans De Vos, Moderator Stef Witteveen, Stephanie De Wulf (Vlaamse overheid), Caro Van der Schueren (ABVV), Ronald Dekker (TNO) en Anne Megens (AWVN)

 

De feiten : het onderzoek Werk naar Werk

Prof. Ans De Vos (AMS), die mede door haar onderzoek en eindrapport ‘Werk naar Werk Transities’ als een van de specialisten geldt, mocht de avond inleiden. Wat we vooral moeten onthouden uit haar gedreven toespraak is dat er op de arbeidsmarkt nog te veel loopbaaninertie bestaat: veel werknemers blijven nog te lang in dienst van dezelfde werkgever en/of behouden  langdurig dezelfde functie. Door hun verlangen naar zekerheid, lopen ze een risico op jobverlies doordat de omstandigheden heel plots kunnen veranderen. De coronacrisis, de technologische innovaties, marktverschuivingen en de geopolitiek maakten dit recent pijnlijk duidelijk.

Mensen denken nog veel te lineair in de klassieke drie stappen van ‘studie-werk- pensioen’

Mensen denken nog veel te lineair in de klassieke drie stappen van ‘studie-werk-pensioen’ waardoor omscholing of heroriëntering doorheen de loopbaan uitzonderingen blijven. Door het te grote belang van het initiële diploma, de eerste functieomschrijving en het belang van anciënniteit blijven mensen te lang op hun eerste pad doorgaan, ook als er plots een ‘mismatch’ ontstaat.

Maar omdat we langer leven en de job- en leerinhouden zo snel veranderen, moeten we daar wel van af. We moeten op een heel andere manier omgaan met onze loopbaan die langer zal moeten duren. Zeker oudere medewerkers moeten tijdig de kans krijgen hun carrière een nieuwe wending te geven: hetzij door minder, anders of elders te mogen werken.

“Je mag er vandaag echt niet meer van uitgaan dat het beroep of de job waarin je start er de rest van je leven zal zijn. Of dat je studies zullen volstaan om een volledige carrière vol te maken. Je zal je leven lang moeten investeren in het ontwikkelen van je competenties.”

Toch staan maar weinigen te popelen naar iets nieuws met nieuwe waarderingssystemen of beloningssystemen.  Al te zelden nemen mensen uit eigen beweging het initiatief om het roer om te gooien. Ook onze cultuur en ons onderwijs moedigen dit niet aan.

Al te zelden nemen mensen uit eigen beweging het initiatief om het roer om te gooien . Ook onze cultuur en ons onderwijs moedigen dit niet aan.

Oplossingen

Ans de Vos suggereerde op het eind wel enkele oplossingsrichtingen uit haar ‘Werk naar werk transities’.

Op een vlotte wijze werk gerelateerde transities kunnen en willen maken, is een kenmerk van en een voorwaarde tot een duurzame loopbaan. Het individu werkt aan zijn inzetbaarheid en bouwt zo aan zijn loopbaanzekerheid. De organisaties stemmen hun vraag naar talent zo flexibel mogelijk af op het aanbod.  En het beleid investeert in een dynamischere arbeidsmarkt.

Maar ze voegt er meteen aan toe dat er, ondanks de veelheid aan goedbedoelde initiatieven in ons versnipperd landschap ook wel wat culturele, juridische  en financiële barrières bestaan, het niet zo gemakkelijk is.  Ze pleit alleszins voor een integrale aanpak van alle betrokkenen, meer sensibilisering en informatieverstrekking en een coherent beleidskader.  In elk geval zou het samengaan van leven, leren en loopbaanontwikkeling  toch ook beleidsmatig moeten aangepakt worden.

Debat

Onder leiding van een andere arbeidsmarktexpert Stef Witteveen ging het panel dieper in op verschillende aspecten . We onthouden dat we te maken hebben met een zeer complex probleem, met veel betrokken instanties en belanghebbenden, met een aanzienlijke budgettaire impact.

Ronald Dekker bevestigde bijvoorbeeld de consensus dat de mobiliteit geen doel op zich is. Hij ging niet akkoord dat iedereen mobieler moet zijn, wel dat de belemmeringen moeten aangepakt worden zodat de algemene mobiliteit omhoog kan naar een optimaal punt, niet te hoog en niet te laag.

Caro Van der Schueren wees op de institutionele drempels zoals de feiten dat loopbaanbegeleiding pas na 7 jaar terugbetaald wordt, dat laaggeschoolden wat aan hun lot worden overgelaten waar het op opleidingen aankomt, en dat niet elk sectorfonds evenveel middelen heeft.

Stefanie De Wulf toonde zich bekommerd over de interne bedrijfscultuur waarbij sommige leidinggevenden negatieve vooroordelen kunnen ontwikkelen tegenover mensen die allerlei  niet voor de hand liggende vormingen willen volgen. “Wat is die van plan?”

Refererend naar de  arbeidsvoorwaardennota die Nederlandse werkgevers en werknemers jaarlijks uitbrengen, betreurde Anne Megens dan weer dat inzetbaarheid en levenslang leren voor de grootste Nederlandse vakbond blijkbaar geen topprioriteit is. Dat terwijl levenslang leren bij uitstek een thema is waar werkgevers- en werknemersorganisaties een zelfde belang hebben: zoveel mogelijk mensen aan het werk krijgen en houden.

De commissie-Borstlap stelde in haar eindrapport dat de bakens van het arbeidsmarktbeleid moeten worden verzet  om alle potentiële werkenden duurzaam actief te houden, ondermeer met een ‘leerrecht’.  “Maar wij zijn daar levenslang over aan het leuteren in plaats van te leren”. Ook Ronald Dekker had dat rapport aandachtig gelezen en  vroeg  zich samen met haar af hoe die systemische verandering op meerdere borden tegelijk kan aangepakt worden.

Ans De Vos pareerde tijdens de vergelijking met Nederland dat onze uitgangspositie toch wat anders is en dat wij vooral onze lage activiteitsgraad omhoog moeten krikken. Er zijn hier veel verschillende redenen waarom een grote groep mensen niet meer wil of kan werken.

Toch een voorzichtige conclusie?

Het panel is het ongeveer eens over de ideale doelsituatie van meer eigen loopbaanverantwoordelijkheid en de noodzaak om die na te streven. Maar er zijn nu inderdaad te veel barrières en structurele handicaps, niet langer te verantwoorden sociale verworvenheden, vaste gewoonten, te veel onzekerheden en soms onduidelijke belangen in het spel.  We noteren ook een consensus dat de ombouw geld zal kosten, en dat de al bestaande fondsen of cheques geoptimaliseerd moeten worden. Anderzijds moet er een volgehouden en heldere boodschap naar de bevolking komen dat levenslang leren bij wijze van spreken een burgerplicht wordt. Iedereen is onderweg op zijn eigen loopbaan! Het publiek suggereerde wel om een ander woord voor ‘levenslang’ te verzinnen; het draagt nu te veel de negatieve bijklank van veroordeling mee…

 


Voor wie meer wil lezen 

    • Nederland heeft 1,5 miljoen mensen die niet werken en denkt na over een  meer wendbare arbeidsmarkt
    • De commissie-Borstlap stelde in haar eindrapport “In wat voor land willen wij werken?” dat de bakens van het arbeidsmarktbeleid moeten worden verzet  om alle potentiële werkenden duurzaam actief te houden. Men pleit er zelfs voor de individualisering van recht op leren via een  individuele leerrekening.  Maar ook daar moeten de individuen gemotiveerd worden om hun  inzetbarheid in de arbeidsmarkt van morgen proactief aan te pakken.
    • Deze politieke Arbeidsvoorwaardennota van  AWVN, VNO-NCW en MKB-Nederland, ‘Schaken op meerdere borden. Arbeidsvoorwaarden in onzekere tijden’. schetst ons de uitdaging van de problematiek “arbeid en economie”.
    • Bij ons bestaat er een politieke consensus om “om de krapte en de competentiemismatches op de arbeidsmarkt aan te pakken, om iedereen duurzaam aan het werk te houden, onder andere via het stimuleren en ondersteunen van loopbaantransities over de sectoren, statuten en functies heen. Vaklectuur is er alleszins genoeg; het actieplan “Iedereen aan boord” van de SERV bevat ruim twintig hervormingsvoorstellen.
    • In het VESOC-akkoord “Alle Hens aan Dek” tussen de Vlaamse Regering en de Vlaamse sociale partners over de relance van de Vlaamse arbeidsmarkt wordt 190 miljoen euro extra uitgetrokken voor een krachtige, duurzame relance en transformatie van de Vlaamse arbeidsmarkt. Dat gaat via  een opleiding- en loopbaanoffensief, een inclusieve en mensgerichte digitalisering en een strategie gericht op een duurzame tewerkstelling voor iedereen.
    • Ans De Vos verwees uiteraard naar haar eigen studie  “Werk naar werktransities. Mobiliteit vanuit een institutioneel perspectief: knelpunten, belemmeringen, opportuniteiten van loopbaaninstrumenten”.
    • Een ander belangwekkend onderzoek waar ondermeer Ans De Vos aan meewerkte pleit specifiek voor een leer- en loopbaanoffensief. De centrale vragen luiden daar: hoe kan een leer- en loopbaanoffensief helpen om wat mensen kennen en kunnen beter te laten aansluiten op wat werkgevers zoeken? Welke veranderingen zijn daarvoor nodig in beleid, organisatie en bestuur? Hoe kunnen we zorgen dat meer mensen, langer werken, zij het niet allemaal in dezelfde functie? Wat met de mensen die niet gemakkelijk leren en dus (te)weinig competenties hebben? De auteurs leggen uit waarom het zo cruciaal is dat we in Vlaanderen de mismatch op onze arbeidsmarkt en in het loopbaan- en opleidingsbeleid aanpakken.
    • Zelfs de Europese Unie trekt via zijn ‘social pillar’ steeds meer initiatief naar zich toe. Heeft een van onze lezers bijvoorbeeld al een ‘EU Skills paspoort’ aangemaakt?

 

Philip Verhaeghe is een onafhankelijk governance adviseur en een freelance redacteur over ondernemerschap en bestuur voor vakbladen, bedrijven en organisaties. Onderzoekt zowel de nieuwste trends als de klassieke uitdagingen die het verschil kunnen maken in de bestuurskamer of het directiecomité. Is als freelance redacteur ook actief voor onder meer Bestuurder”, “Guberna” en “Etion”. Werkte als algemeen secretaris voor VKW, het Instituut voor Bestuurders, Corgo en RNCI. Bekijk alle berichten van Philip Verhaeghe