"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

Robot zoekt collega

Hoe kunnen nieuwe technologieën bijdragen aan succesvolle bedrijven en de realisatie van maatschappelijke doelstellingen? Op 22 juni organiseerde Paradigms 4.0 in Leuven de slotconferentie van zijn multidisciplinair project over de digitale transformatie van de maakindustrie in Vlaanderen. Op naar Industry 5.0!

Intensieve samenwerking

Sociale wetenschappers, marketeers en ingenieurs van KU Leuven, Antwerp Management School (AMS) en het Nederlandse TNO hebben de voorbije vier jaar intensief samengewerkt. Met steun van Het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen (FWO) onderzochten ze als strategisch basisonderzoeksproject ‘Paradigms 4.0’ hoe nieuwe technologieën, als motor van een doorgedreven digitalisering van de maakindustrie, kunnen bijdragen tot succesvolle bedrijven en de realisatie van maatschappelijke doelstellingen.


De beweging naar ‘Industry 5.0’ vereist nieuwe competenties op het niveau van individu en organisaties en het ecosysteem. Zelf investeren bedrijven en medewerkers nog te weinig in aangepaste opleiding. Bovendien hebben opleidingen zonder bijhorende veranderingen in de organisatie en overlegstructuren weinig zin. Dit project dat een lans breekt voor digitale automatisering op mensenmaat biedt de leden van de SERV alleszins voldoende stof tot nadenken. Alle stakeholders van de maakindustrie zullen moeten investeren in een goed functionerend regionaal industrieel ecosysteem.


Industry 4.0 is geen onverdeeld succes: lessons learned.

Inmiddels zijn we 10 jaar na de lancering van “Industry 4.0” met de bijhorende digitale transformatie. Deze vierde industriële revolutie zette massaal in op zaken als automatisering, industriële gegevensuitwisseling via Internet of things (IoT), cloudcomputing en cognitieve computing.

Maar volgens de leden van Paradigms 4.0 is deze vierde industriële revolutie voor het moderne werken vooralsnog geen onverdeeld succes geworden. Veel werknemers wantrouwen de nieuwe technologie en zijn bang van de robot. Mogelijk uit vrees voor massawerkloosheid: men vreest dat intelligente robots (bijna al) onze jobs zullen weg-automatiseren.

Tien jaar geleden lag de klemtoon wellicht te veel op technologische innovaties en productiviteitsoverwegingen en hun economische voordelen. Tegelijk werd er aanvankelijk te weinig aandacht besteed aan de gevolgen van de digitale kloof tussen werknemers die mee waren met de nieuwe ontwikkelingen en de digitaal kwetsbare of kansarme groepen.

Er was ook te weinig overeenstemming tussen de werkgevers en de werknemers: het VBO legde klemtonen op cyberveiligheid, technische en digitale vaardigheden en een flexibele inzet van goed opgeleide, geëngageerde en flexibele werknemers. De vakbonden benadrukten het belang van een ruimere werknemersparticipatie in de digitaliseringsprocessen. Ze vroegen een gegarandeerd recht op beroepsopleiding, ook voor mensen die hun baan kunnen verliezen. Verder pleitten ze voor sectorale digitaliseringsfondsen. En mocht digitalisering aub ook leiden tot arbeidstijdverkorting en herverdeling van technologische winsten?

Wat nu? Vooral niet dezelfde fouten maken

Dat moet veranderen. Het komt er uiteindelijk op aan om mensen te stimuleren bij die bezigheden waar ze goed in zijn en die ze graag doen en tegelijk om de zaken te automatiseren waar robots goed in zijn: de saaie, gevaarlijke en niet-creatieve taken. De ingezette robots dienen om mensen te helpen hun werk beter te doen, om hen productiever  te maken, om de tekorten op de arbeidsmarkt op te vangen. Robotisering mag er niet toe leiden dat we met zijn allen dan ook nog meer of sneller moeten werken.

Ingezette robots dienen om mensen te helpen hun werk beter te doen, om hen productiever  te maken, om de tekorten op de arbeidsmarkt op te vangen.

De Europese Commissie spreekt nu van Industry 5.0, waarbij menselijke creativiteit en vakmanschap harmonieuzer samengaan met de snelheid, de productiviteit en de consistentie van robots. De Europese Commissie geeft zo aan dat ze begrijpt dat er een ander perspectief op technologie nodig is om bedrijven de digitale sprong te doen maken. “We mogen technologie niet zomaar zijn gang laten gaan, want zo werkt het dus niet.” We kunnen het vertrouwen in de vierde industriële revolutie alleen maar terugwinnen als bedrijven, managers en werknemers bereid zijn om op een andere manier met elkaar om te gaan.

Uitgangspunten voor Industry 5.0

Vanuit Industry 5.0 wil men die digitale technologieën voortaan meer beschouwen als onderdelen van complexe organisatorische en maatschappelijke systemen. De Europese industrie kan dus enkel digitaal transformeren als ze mensgericht is met oog voor duurzaamheid en als ze weerbaarder en veerkrachtiger wordt. Er is ook een nieuwe dialoog nodig om technologie acceptabel te maken.

De Europese industrie kan enkel digitaal transformeren als ze mensgericht is met oog voor duurzaamheid en als ze weerbaarder en veerkrachtiger wordt.

Als de digitale technologie zorgvuldig wordt gebruikt, zijn er genoeg mogelijkheden om de grote hedendaagse maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. Die reiken verder dan banen en groei: klimaatverandering, armoede, ziekte. Als ze enkel kortzichtig worden ingezet brengen digitale technologieën veel risico’s met zich mee zoals verlies van privacy en totalitarisme.

Als ze enkel kortzichtig worden ingezet brengen digitale technologieën veel risico’s met zich mee zoals verlies van privacy en totalitarisme.

Echte betrokkenheid nodig

We moeten durven erkennen dat het de sociale processen binnen een organisatie zijn die het gebruik van de nieuwe technologie moeten bepalen. We moeten tegelijk beseffen dat deze trager evolueren dan de snelle technologische vernieuwingen. In de huidige veranderlijke wereld komt een vroege betrokkenheid van werknemers de technologische innovatie zeker ten goede. Dat zal een ander wettelijk kader eisen maar ook qua personeelsbeleid een attitudeverandering van vakbonden, werkgevers en werknemers. Werkgevers moeten de werknemer laten meepraten over de inzetbaarheid en de aanpasbaarheid van die technologie.

Werkgevers moeten de werknemer laten meepraten over de inzetbaarheid en de aanpasbaarheid van die technologie.

We hoeven onze robots ook niet te ‘vermenselijken’ om ze succesvol te doen zijn. Ondanks alle robotisering en digitalisering blijft de werkende mens met zijn unieke kwaliteiten de onmisbare schakel in de waardeketen. Productie met nieuwe robottechnologie moet bovenal sociaal ingericht worden. De werkplek is een sociaal gebeuren waarin de robot niet meer dan een middel is. De technologie is pas acceptabel als de werknemer ze begrijpt, mee participeert in de besluitvorming errond en mee kan sturen. Dan zijn robots zeker welkom.

Boek ‘Robot zoekt collega’

Op het eind van de studiedag stelden de professoren Steven Dhondt en Ezra Dessers ”Robot zoekt collega” voor. Dit boek bevat de conclusies van de academische vorsers van Paradigms 4.0 en inspireerde ons bij dit verslag.

“Robot zoekt collega” bestaat uit deze hoofdstukken:

  • Inleiding: Robot zoekt collega (Hoe past de robot in de huidige samenleving?)
  • Werknemersparticipatie bij technologische innovatie
  • Mensgerichte technologie
  • Het veiligheidsspanningsveld bij slimme cobots
  • Digitaal vaardig? Meer dan alleen werken met digitale technologie
  • De olifant op de weg naar het digitale dienstverleningsparadijs (digitale servitisatie)
  • Klaar voor de toekomst? (Hoe ziet een nieuwe organisatie er dan uit?)

De 12 auteurs beschrijven kritisch hoe Vlaamse en Nederlandse bedrijven met de nieuwste technologie omgegaan zijn. Hun conclusie: We hebben te weinig robots, te weinig nieuwe technologie en te weinig vernieuwing. Om mee te kunnen in de vaart der volkeren hebben we juist méér technologie nodig.

Robots zijn niet het probleem, maar de oplossing.

Philip Verhaeghe is een onafhankelijk governance adviseur en een freelance redacteur over ondernemerschap en bestuur voor vakbladen, bedrijven en organisaties. Onderzoekt zowel de nieuwste trends als de klassieke uitdagingen die het verschil kunnen maken in de bestuurskamer of het directiecomité. Is als freelance redacteur ook actief voor onder meer Bestuurder”, “Guberna” en “Etion”. Werkte als algemeen secretaris voor VKW, het Instituut voor Bestuurders, Corgo en RNCI. Bekijk alle berichten van Philip Verhaeghe

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.